Kliniekfeiten op een rij
Wat weet u eigenlijk over klinieken?
Veel uitspraken over zelfstandige klinieken (of zbc's) zijn gebaseerd op beelden, meningen en verhalen. Maar hoe zit het nu echt met het type zorg dat klinieken leveren? Hoeveel medewerkers werken er bij klinieken? Welke patiënten worden bij klinieken behandeld? En hoe zit het met de contracten met zorgverzekeraars? We zetten de kliniekfeiten op een rij.
#1 Klinieken verzorgen een kwart van de planbare zorg
Zelfstandige klinieken (zbc's) zijn niet meer weg te denken uit het Nederlandse zorgstelsel. Klinieken behandelden in 2024 ruim 1,3 miljoen patiënten: 17,8% van het totale aantal patiënten in de medisch-specialistische zorg (bron: Vektis 2024). Kijken we alleen naar het planbare deel van de medisch-specialistische zorg (msz), dan is dit zo'n 25%. En voor de duidelijkheid: dit gaat om verzekerde zorg bij een medisch specialist. Met een verwijzing van de huisarts kunnen patiënten gewoon terecht bij klinieken.
#2 Klinieken helpen bij het verkorten van wachttijden
Uit de VWS-monitor van juni 2025 blijkt dat de wachttijden de zogenaamde Treeknormen (aanvaardbare wachttijden) in veel gevallen overschrijden. Veel patiënten moeten dus te lang wachten op zorg die ze nodig hebben:
- 29% van de wachttijden voor diagnostiek msz is langer dan de Treeknorm.
- 49% van de wachttijden voor een eerste poliklinisch consult is langer dan de Treeknorm.
- 44% van de wachttijden voor een medisch-specialistische behandeling is langer dan de Treeknorm.
Dit maakt de inzet van klinieken heel relevant! Want klinieken leveren focuszorg die ze strak organiseren. Uit onderzoek blijkt dat de wachttijd bij klinieken over de hele linie 40 tot 70% korter is dan bij ziekenhuizen (bron:De kracht van focus). Zonder klinieken zouden patiënten dus nóg langer moeten wachten op planbare zorg.
#3 Met inzet van klinieken kunnen we geld en medewerkers besparen
Door de efficiënte organisatie van focuszorg hebben klinieken een hoge arbeidsproductiviteit: uit onderzoek blijkt dat de arbeidsproductiviteit van zelfstandige klinieken 30 tot 40% hoger ligt dan de arbeidsproductiviteit in ziekenhuizen. Planbare zorg (zorg die vooraf gepland kan worden en dus niet acuut is) verschuiven van ziekenhuizen naar klinieken zorgt dus voor een besparing. PwC Strategy& berekende dat hiermee tot 14.000 medewerkers kunnen worden vrijgespeeld. Dit is 20 à 30% van het arbeidstekort in 2033. Dit bespaart ook euro’s: tot 1,1 miljard euro kan hiermee jaarlijks worden bespaard. Zo dragen klinieken bij aan de betaalbaarheid van zorg.
#4 Klinieken hebben geen intensive care en mogen dus niet iedereen behandelen
Klinieken zijn ingericht om patiënten te helpen met planbare, laag-risico diagnoses, behandelingen en operaties. Daarom hebben klinieken ook geen intensive care-afdeling (ic) en mogen ze geen operaties onder narcose uitvoeren bij patiënten met een hoog risico op complicaties (zoals ouderen of patiënten met meerdere aandoeningen). Zo zorgen we er met elkaar voor dat de zorg veilig blijft.
- Klinieken die operaties mét narcose uitvoeren behandelen vooral patiënten met een milde, stabiele medische aandoening zonder onderliggende ziektes (in medische termen: ASA-1- en ASA-2-patiënten).
- Klinieken die conservatieve behandelingen doen (waarvoor geen narcose nodig is) mogen ook zogenaamde ASA-3-patiënten behandelen. Dit zijn patiënten met een ernstige (maar goed behandelbare) aandoening, zoals diabetes type 2, COPD of overgewicht, die hun dagelijkse leven beïnvloedt.
In de wachtkamer van een oogkliniek zie je dus relatief jonge (gezonde) mensen maar ook veel 75-plussers die voor een behandeling komen. Omdat bij deze behandelingen geen narcose nodig is en het risico op acute complicaties laag blijft. Mochten er toch onverwachte complicaties optreden, dan hebben klinieken vaak formele samenwerkingsafspraken met nabijgelegen ziekenhuizen zodat een patiënt, indien nodig, snel kan worden overgenomen.
#5 Bij klinieken werkt 3 à 4% van de medewerkers in de msz
In klinieken werken ongeveer 12.000 mensen (vaste banen, zzp’ers en oproepkrachten; bron: schatting ZKN op basis van aantal medewerkers ZKN-leden).
- In totaal werken er 350.000 mensen in de msz (Bron: CBS-data, Dashboard AZW Q2 2025).
- 89.000 van hen werken in de Universitaire Medische Centra (umc’s): ruim 26%;
- De overige 261.000 werken in ziekenhuizen en klinieken.
- Van deze 261.000 werken er circa 12.000 in klinieken.
Dus: met 3 à 4% van alle medewerkers nemen klinieken bijna 18% van de patiënten voor hun rekening. Door hun focus en efficiency kunnen klinieken met relatief weinig mensen veel zorg leveren.
#6 Het aantal medewerkers dat overstapt van ziekenhuis naar kliniek is vrijwel even groot als andersom
Klinieken worden door medewerkers gewaardeerd als werkplek: er is tijd voor de patiënt, de werkprocessen zijn goed georganiseerd en er zijn korte lijnen met collega’s. Dat zijn ook vaak redenen voor medewerkers om te gaan werken in een kliniek. Om het geld hoeven ze het namelijk niet te doen. De salarissen in de salarisschalen van het overgrote deel van de kliniekmedewerkers (schaal 35 tot en 55) liggen in de Cao ZKN lager dan in de Cao Ziekenhuizen (peildatum 1 december 2025). Alleen de salarissen voor personeel in leidinggevende functies of functies die ondersteunend zijn aan directie en bestuur liggen in de Cao ZKN iets hoger. Het gemiddelde salaris van beide cao's is gelijk.
Het idee dat veel ziekenhuismedewerkers overstappen naar klinieken klopt niet: uit arbeidsmarktdata (bron: Pensioenfonds Zorg en Welzijn) blijkt dat er slechts een kleine uitstroom is van medewerkers van ziekenhuizen naar klinieken. Deze uitstroom is vrijwel gelijk aan de uitstroom van medewerkers van klinieken naar ziekenhuizen.
#7 Veel medisch specialisten werken in ziekenhuizen én klinieken
Bij 64% van de ZKN-klinieklocaties werken de medisch specialisten ook in het ziekenhuis (Bron: IGJ-rapportage, PK indicatoren, 2024). De specialisten die ook in het ziekenhuis werken, zullen als onderdeel van het team medisch specialisten in het ziekenhuis ook meedraaien in de bezetting van de diensten die worden gedraaid in de avond, nacht en het weekend (anw-diensten).
#8 Het overgrote deel van klinieken die verzekerde zorg leveren, heeft een contract met een zorgverzekeraar
- De totale msz-kosten (exclusief dure geneesmiddelen) bedroegen in 2024 € 25,3 miljard (bron: Vektis).
- Hiervan kwam € 1,48 miljard voor rekening van klinieken (die verzekerde zorg leveren).
- De verzekerde zorgomzet van msz-aanbieders die geen contract hebben met een zorgverzekeraar bedroeg in 2024 ongeveer € 100 miljoen (bron: onderzoek ZKN + desktop research).
Ten opzichte van de totale omzet msz is het aandeel van ongecontracteerde aanbieders dus minder dan 0,5%. Oftewel: de omvang van de ongecontracteerde zorg binnen de totale msz is marginaal. Het overgrote deel van klinieken die verzekerde zorg leveren, heeft een contract met een of meerdere zorgverzekeraars.
#9 De meeste klinieken zonder contract met een zorgverzekeraar, willen er liever wél een
ZKN onderzoekt jaarlijks hoe het staat met de contractering van ZKN-klinieken. Uit de ZKN-enquête van 2025 blijkt dat de overgrote meerderheid van klinieken die geen contract hebben met een zorgverzekeraar, wel een contract wil. Zij krijgen óf überhaupt geen contract aangeboden, of zij krijgen een contract aangeboden tegen onaantrekkelijke voorwaarden. Zij werken dus tegen hun wil ongecontracteerd. De mogelijkheid om ongecontracteerd te kunnen werken is belangrijk voor nieuwe zorgaanbieders die op de markt komen. Ook biedt de mogelijkheid om ongecontracteerd te werken ruimte aan zorgaanbieders om nee te kunnen zeggen tegen een onredelijk contract van een zorgverzekeraar. Dit is belangrijk, want anders is het ‘tekenen bij het kruisje’.
#10 Klinieken leiden zorgprofessionals op
Klinieken dragen bij aan het opleiden van medische en verpleegkundige zorgprofessionals. Dit doen zij deels zelf en/of in samenwerking met ziekenhuizen. Het type studenten en zorgprofessionals dat zij opleiden is divers. Een beperking bij opleiden binnen klinieken is de focus: omdat klinieken zich meestal richten op één of een beperkt aantal specialismen, is het niet altijd mogelijk de hele opleiding te verzorgen (denk aan: basisartsen en ok-assistenten die breed opgeleid moeten worden). Hiervoor zoeken klinieken samenwerking met ziekenhuizen om toch een bijdrage te leveren aan opleiden.
#11 Klinieken hebben een drukkend effect op de tarieven voor behandelingen
Klinieken leveren zorg in het niet-gereguleerde B-segment. Voor zorg in dit niet-gereguleerde segment hebben zorgverzekeraars de vrijheid om verschillende tarieven af te spreken met verschillende zorgaanbieders. En zij doen dit ook: zorgverzekeraars onderhandelen over de prijzen met ziekenhuizen en klinieken. Uit onderzoek van Gupta Strategists blijkt dat de gemiddelde tarieven bij klinieken lager liggen dan bij de ziekenhuizen. Als we inzoomen op de behandelingen van veel voorkomende aandoeningen (staar, heupartrose en huidkanker) dan liggen tarieven in klinieken 4 à 5% lager dan in ziekenhuizen. Uit hetzelfde onderzoek blijkt dat klinieken een drukkend effect hebben op de prijs: de prijsontwikkeling van de behandelingen voor staar, heupartrose en huidkanker ligt sinds 2012 lager dan de gemiddelde prijsstijging.
#12 De zorg kan niet meer zonder klinieken
De vraag naar zorg neemt de komende jaren alleen maar toe: volgens het CBS is rond 2040 een kwart van Nederland 65 jaar of ouder. Deze ouderen worden ook nog eens ouder dan vroeger. Om iedereen die het nodig heeft in de toekomst te kunnen helpen zijn er steeds meer zorgmedewerkers nodig: in 2040 zal 1 op de 4 medewerkers in de zorg moeten werken (bron: Integraal Zorgakkoord 2022). Dat is niet haalbaar, want ook in andere (publieke) sectoren zijn mensen nodig. We zullen dus met grofweg hetzelfde aantal mensen aan de groeiende zorgvraag moeten voldoen. Op basis van hun efficiency (met relatief weinig mensen leveren ze veel zorg) is het dus belangrijk dat klinieken méér planbare zorg gaan leveren.
