26-10-2020 | ZKN werkt in deze fase met het ‘tijdelijk beleidskader’ voor het waarborgen van de acute zorg in de COVID-19 pandemie. De druk op het zorgsysteem neemt toe. En dus moet door alle zorgverleners duidelijkheid worden gegeven wie wat wel en niet kan doen, waar de knelpunten liggen en waar de mogelijkheden. Dat die duidelijkheid door minister van Ark nu helder is neergezet, maakt het mogelijk om mensen, middelen en geld zo goed mogelijk in te zetten ten bate van alle patiënten in Nederland, die daar op aangewezen zijn.

ZKN-klinieken hebben in de eerste golf hun totale zorgaanbod sterk afgeschaald en met beschermende materialen, beademingsapparatuur en capaciteit hulp geboden bij de acute zorg voor Covid-patienten in de ziekenhuizen. Gelukkig is er in de tweede golf voldoende voorraad en is ook de apparatuur voor de IC’s op orde. Dus kunnen de klinieken openblijven voor de niet-Covid zorg. Uitgangspunt daarbij is dat we alleen maar zorg doen die de zorg voor coronapatiënten niet verdringt. En die bijdraagt aan het continueren en bij voorkeur maximaliseren van de capaciteit van de reguliere medische zorg zowel in het ziekenhuis als in de kliniek.

Puzzel
Dit laatste is nog best een puzzel. Zo staat in de brief van minister van Ark over dat tijdelijk beleidskader te lezen: “Alle partijen in het ROAZ hebben een bestuurlijke verantwoordelijkheid om de zorg voor het te verwachten aantal patiënten te accommoderen; de ziekenhuizen en zo mogelijk ook de zelfstandige klinieken dienen hiertoe de COVID-zorg op te schalen en de non-COVID-zorg af te schalen”.

Dat klinieken niet de aangewezen zorginstellingen zijn om coronapatiënten te behandelen is natuurlijk duidelijk. Maar dat klinieken wel de plek zijn waar patiënten altijd al voor hun oogzorg, orthopedische behandelingen, huidzorg, rugzorg of darmcontrole terecht kunnen, staat buiten kijf. Dat deze zorg juist ook op dit moment in de Covid-crisis voortgang krijgt en waarvoor mogelijk zelfs de capaciteit wordt verruimd, staat of valt bij de verschillende manieren waarop ziekenhuizen en klinieken – gelukkig nu al - onderling samenwerken.

Samenwerken
Ziekenhuizen verwijzen al steeds meer patiënten door naar klinieken op het moment dat ze voorrang moeten geven aan mensen met corona. Een andere manier van samenwerken tussen ziekenhuizen en klinieken is het ter beschikking stellen van kliniekfaciliteit aan medisch specialisten uit het ziekenhuis. Denk daarbij vooral aan specialisten uit het ziekenhuis, die in klinieken hun eigen patiënten opereren. Daarmee wordt een ziekenhuis in staat gesteld om ook zelf de reguliere zorg op peil te houden. Want voor de duidelijkheid: coronapatiënten worden niet doorgestuurd naar klinieken want daar zijn deze niet op ingericht.

In de ongeveer 400 vestigingen van de klinieken die bij ZKN zijn aangesloten, werken totaal maar ongeveer 500 verpleegkundigen. Vergeleken met de bijna 80.000 verpleegkundigen in ziekenhuizen is dat natuurlijk een fractie. Deze verpleegkundigen werken voor het allergrootste deel mee aan het doen van onderzoek (diagnostiek) zoals bijvoorbeeld bij darmonderzoek, onderzoek bij hartproblemen en oncologische diagnostiek. Ook worden zij ingezet bij de dagzorg voor kinderen etc.. Zij kunnen vanwege deze specialisaties niet zomaar in een ziekenhuis worden ingezet.

Kliniekmedewerkers zijn met hun teams erg goed in het snel en doeltreffend helpen van veel mensen met een bepaalde aandoening. Met een relatief beperkt aantal verpleegkundigen worden meer dan 100.000 patiënten per maand geholpen. Waarmee een belangrijke pijler van het Nederlands zorgstelsel efficiënt functioneert en ondanks de lastige omstandigheden kan blijven functioneren.

Verwijzingspatroon verschuift
Huisartsen verwijzen in overleg met patiënten steeds meer naar klinieken en deze trend lijkt zich mede door de coronacrisis te versnellen. Waar Zorgdomein een sterke afname in het totale aantal verwijzingen naar MSZ signaleert, zien we tegelijkertijd een toename van het aandeel in die verwijzingen dat naar klinieken gaat.

Klinieken nemen nu al ongeveer 13% van alle verwijzingen door huisartsen voor hun rekening. En op het gebied van bijvoorbeeld acute en langdurige oogzorg al zo’n 25%. Huisartsen verwijzen daarnaast een groot deel van hun patiënten direct door naar klinieken voor bijvoorbeeld orthopedie, borst- en darmkankeronderzoek, huidkanker-controles, pijnbestrijding en behandeling van psoriasis. Een aanzienlijk deel van de diagnoses binnen klinieken kunnen niet langer dan 6 weken wachten.

Overleg over maximaliseren zorgcapaciteit
In de overleggen die ZKN wekelijks heeft met de minister, de algemene en academische ziekenhuizen, onze toezichthouders NZa en IGJ maar vooral ook de belangenbehartigers van de patiënten zelf, hebben we overeenstemming bereikt over een ‘dynamisch model’ waarin alle soorten van samenwerking en uitwisseling van capaciteit steeds op basis van concrete vraag en aanbod gestalte krijgt. Nu de minister daar nogmaals het platform van de ROAZ’en op heeft aangesproken verwacht ZKN veel van de praktische regionale afstemming. En nu ook de zorgverzekeraars hun rol gaan nemen in deze puzzel, zal het tijdelijk herschikken van de organisatie van de zorg alleen nog maar soepeler verlopen. Klinieken staan in ieder geval klaar om vanuit hun efficiënte zorgmodel maximaal bij te dragen aan het continueren van het totaal aan zorg waar de reguliere zorg onderdeel van uitmaakt.