Nieuwsbericht

10 Vragen aan ZKN-voorzitter Hanneke Klopper over Prinsjesdag 2026

21 september 2026

Op Prinsjesdag presenteerde het kabinet de plannen en begrotingen voor 2027. Wat betekenen deze voor zelfstandige klinieken? Waar ziet ZKN kansen en waar zijn er zorgen? We legden 10 vragen voor aan ZKN-voorzitter Hanneke Klopper.

1. Hanneke, wat is jouw eerste indruk van deze Prinsjesdag?

“De grote lijn verrast niet. Het kabinet zet door op passende zorg, toegankelijkheid, regionale samenwerking en digitalisering. Dat zijn belangrijke onderwerpen waar we als ZKN positief tegenover staan; voorkomen van zorg is beter dan genezen. Tegelijk ben ik kritisch op de reflex om steeds meer via wet- en regelgeving te willen sturen. We hebben niet méér regels nodig, maar een passend zorgaanbod en een klimaat waarin innovatie en ondernemerschap de ruimte krijgen. Nieuwe regels moeten aantoonbaar nodig, uitvoerbaar en proportioneel zijn.

Dan is het extra belangrijk dat zelfstandige klinieken volwaardig worden meegenomen. Zij leveren een belangrijk deel van de planbare medisch-specialistische zorg en kunnen juist bijdragen aan de oplossingen waar het kabinet naar zoekt.”

2. Het kabinet zet sterk in op passende zorg. Hoe kijkt ZKN daarnaar?

“Daar staan we volledig achter. Passende zorg betekent dat patiënten effectieve zorg krijgen, op de juiste plek en met een doelmatige inzet van mensen en middelen. Dat past bij hoe veel klinieken nu al werken. Niet voor niets is passende zorg sinds dit jaar onderdeel van het ZKN-keurmerk. Voor ons is vooral belangrijk dat de discussie vervolgens ook echt gaat over dat de best passende zorg wordt geleverd, en niet over het type instelling dat die zorg levert.”

3. Welke bijdrage kunnen klinieken daarin leveren?

“Klinieken zijn gespecialiseerd in planbare zorg. Door die focus kunnen zij zorgprocessen efficiënt organiseren, personeel gericht inzetten en patiënten vaak snel behandelen. Dat is relevant in een tijd waarin wachttijden én personeelstekorten grote uitdagingen zijn. Beschikbare capaciteit moeten we daarom niet onbenut laten. Als een patiënt ergens sneller passende zorg kan krijgen, moet het zorgstelsel dat faciliteren.”

4. Het kabinet wil stoppen met de vergoeding van ongecontracteerde zorg. Wat vindt ZKN daarvan?

“Daar zijn wij zeer kritisch op. Ongecontracteerde zorg wordt in de discussie te gemakkelijk gelijkgesteld aan niet-passende zorg. Dat is niet hetzelfde. Als een kliniek aantoonbaar kwalitatief goede en passende zorg levert, moet die zorg bereikbaar blijven voor patiënten. Het volledig afhankelijk maken van aanbieders en patiënten van de contracteerbeslissing van een verzekeraar geeft zorgverzekeraars bovendien veel macht. Wij stellen daarom duidelijke randvoorwaarden voor toegang tot contractering, keuzevrijheid voor patiënten en voldoende onderhandelingsruimte voor zorgaanbieders.”

5. Zorgverzekeraars krijgen sowieso een grotere rol. Is dat een probleem?

“Meer verantwoordelijkheid moet ook betekenen dat verzekeraars daarop aanspreekbaar zijn. Het kabinet scherpt de zorgplicht aan en wil verzekeraars meer inzicht geven in wachttijden. Dat kan positief zijn als beschikbare capaciteit daardoor beter wordt benut. Maar dan moet een verzekeraar die ziet dat patiënten lang wachten terwijl elders capaciteit beschikbaar is, daar ook daadwerkelijk naar handelen en contracteren. Passende contractering is voor ons een essentieel punt in de verdere uitwerking.”

6. Ook regioplannen worden belangrijker. Wat betekent dat voor klinieken?

“De gedachte dat je regionaal bekijkt hoe je de zorg het beste organiseert, begrijpen we. Maar zelfstandige klinieken moeten dan wel volwaardig aan tafel zitten. Als regioplannen straks echt bepalen waar bepaalde zorg wordt aangeboden, moeten besluiten gebaseerd zijn op kwaliteit, toegankelijkheid, wachttijden en doelmatigheid. Je kunt niet over het zorglandschap praten zonder aanbieders die een substantieel deel van de planbare zorg leveren.”

7. Wat valt je op rond ondernemerschap en de Wibz?

“Wij onderschrijven dat fraude en misstanden hard moeten worden aangepakt. Daar mag geen discussie over zijn. Maar goedwillende ondernemers die investeren in betere zorg moeten we juist vooruithelpen. Het kabinet kondigt steeds meer regels aan rond bedrijfsvoering, toetreding, integriteit en toezicht. Belangrijk dat we blijven kijken of maatregelen gericht en proportioneel zijn. Een generiek winstplafond is bijvoorbeeld niet vanzelfsprekend het antwoord op misstanden.”

8. Er gaat veel geld naar gegevensuitwisseling. Goed nieuws?

“Dat is noodzakelijk. Goede gegevensuitwisseling is een basisvoorwaarde voor goede samenwerking rond de patiënt. Het kabinet trekt daar serieus geld voor uit en dat is positief. Maar geld voor landelijke infrastructuur alleen is niet genoeg. Een kliniek moet nieuwe standaarden ook daadwerkelijk kunnen implementeren. Daar zijn goede oplossingen van leveranciers, duidelijke afspraken, kennis, mensen en middelen voor nodig. Digitalisering moet uiteindelijk het werk makkelijker maken, niet nieuwe administratieve lasten opleveren.”

9. En wat zie je terug van IZA en AZWA?

“De plannen zijn in lijn met het IZA/AZWA  en zetten de beweging naar arbeidsbesparende en passende zorg voort. Dat is belangrijk. Als we de zorg ook in de toekomst toegankelijk willen houden, zijn duidelijke keuzes nodig over hoe en waar we zorg organiseren en welke aanbieders welke zorg het beste kunnen leveren.

Nu ligt de nadruk nog te veel op het optimaliseren van het bestaande systeem, terwijl transformatie juist vraagt om bestaande structuren ter discussie te stellen.  De ervaring leert dat echte vernieuwing niet vanzelf uit bestaande structuren komt.

Daarvoor is ruimte nodig voor nieuwe organisatiemodellen, ondernemerschap en aanbieders die aantoonbaar anders en doelmatiger werken.  Daarom zit ZKN aan tafel bij het IZA/AZWA, voeren we gesprekken met beleidsmakers en politiek en zoeken we de samenwerking met stakeholders”

10. Wat gaat ZKN nu doen?

“De komende maanden wordt veel van deze plannen verder uitgewerkt We gaan met onze leden in gesprek over wat zij in de praktijk ervaren bij passende zorg, regioplannen, contractering en digitalisering. Tegelijk blijven we in gesprek met VWS, zorgverzekeraars, de NZa en de politiek. Onze boodschap is daarbij heel concreet: benut de capaciteit die er al is, in samenhang met zorgketen. Zelfstandige klinieken hebben daarin een eigen rol. Allen dan houden we de zorg samen toegankelijk.”

Vragen over dit artikel?

Stel uw vraag of opmerking in de reacties hieronder. Of neem contact op met de auteur, Bente van Oort.

Contactpersoon